Afscheid van ds. Dick Couvee, predikant van de Pauluskerk-Rotterdam

Foto door Joost Hoving
Foto door Joost Hoving

Dick Couvée neemt afscheid van Pauluskerk: ‘Draag elke minuut bij aan een betere samenleving’

 

Dick Couvée nam deze week afscheid als predikant-directeur van de Rotterdamse Pauluskerk, bekend van haar open deuren naar de randen van de samenleving. ‘Er komt een moment dat deze kerk niet langer nodig is. 

Het zijn die ogenschijnlijk kleine momenten waar Dick Couvée het voor doet. Een paar weken geleden brachten ze weer eens iemand binnen die onder het bloed zat, de ogen neergeslagen, ‘neergetramd’, zoals Couvée het zegt. ‘Zo’n man lappen we dan weer op. Geleidelijk aan komt er in de ogen van zo’n mens weer iets van vrolijkheid en licht. De Bijbel in een notendop. Iemand weer zien opbloeien, dat is genade.’

Couvée (66) trok vrijdag voor de laatste keer de deur van de Pauluskerk achter zich dicht. Hij gaat met emeritaat, na 12,5 jaar als predikant-directeur van de misschien wel bekendste kerk van Nederland. Het afscheid valt hem zwaar. ‘Het doet pijn om deze plek te verlaten. Maar mijn energie wordt eindig. Het is goed om het over te dragen aan de jongere generatie.’ Hij wordt opgevolgd door Ranfar Kouwijzer (48), tot voor kort predikant-directeur van Stem van de Stad in Haarlem. Blijf vooral jezelf, is de raad die Couvée hem meegeeft.

Waarschijnlijk hadden veel Nederlanders nooit van de Pauluskerk gehoord zonder dominee Hans Visser. Hij maakte van de kerk een opvangcentrum voor daklozen en drugsverslaafden. Bij het Centraal Station, zo’n vijfhonderd meter verderop, begon Visser in 1987 met Perron Nul. Verslaafden konden hier methadon krijgen. De gemeente was er op z’n zachtst gezegd niet blij mee, maar Visser was van mening dat je dakloze verslaafden niet aan hun lot kon overlaten.

‘Mensen die hier komen, doen van alles wat ik niet goedkeur. Maar we stellen nooit voorwaarden aan hulp.‘

In 1994 werd Perron Nul gesloten en concentreerde de opvang zich in de kerk. Het aantal verslaafden nam af en in 2007 stopte de de kerk ermee, nadat met de gemeente was afgesproken dat zij de verslaafden zou opvangen. Daarmee was het hoofdstuk Pauluskerk echter niet gesloten, want in de jaren die volgden, verrees op deze plaats een nieuw, futuristisch ogend kerkgebouw. Dit werd in 2013 geopend door burgemeester Ahmed Aboutaleb. Inderdaad, de relatie met de gemeente is er behoorlijk op vooruitgegaan.

Op adem komen

Binnen heb je niet direct door dat het om een kerk gaat. In een ruime en lichte kamer zitten of hangen verschillende mensen op banken en stoelen. Het zijn de mensen van de straat. De huiskamer van de stad, zo noemt Aboutaleb de Pauluskerk. De kerkzaal is boven; nog een verdieping hoger zijn 24 slaapkamers, waar daklozen even op adem kunnen komen. Dit is een kerk zoals een kerk hoort te zijn, vindt Couvée. ‘God is de God van alle mensen, dus wie zijn wij om ook maar iemand uit te sluiten? Je kunt niet zeggen dat de kerk het licht heeft gezien en de wereld een poel des verderfs is, waar je jezelf verre van moet houden. Dat betekent niet dat we alles maar moeten goedkeuren. Heel veel van wat mensen die hier komen doen, keur ik helemaal niet goed. Maar dat kan nooit betekenen dat we voorwaarden stellen aan hulp.’

‘Bekeren is hier een verboden woord.’

Dat botst af en toe, geeft Couvée toe. ‘Hier zit weleens iemand die te veel op heeft en om zich heen begint te slaan. Soms vragen vrijwilligers mij om mensen die dronken zijn, niet meer binnen te laten. Natuurlijk gaan we dan op zoek naar een oplossing, maar iemand weigeren is nooit het antwoord. Ja, dat zorgt voor spanningen. Maar ik zeg altijd: werken in de Pauluskerk is vragen om moeilijkheden – voor jezelf, niet voor anderen. Wat wij hier doen is tough love. Jezus was ook niet soft. Het is een kwestie van volhouden. Hier gebeuren dingen die je helemaal niet wilt, maar barmhartig zijn is niet afhankelijk van jouw gevoel voor de ander.’

Bent u er in al die jaren zelf niet eens klaar mee geweest?

‘Ik ben natuurlijk geen heilige. Maar eerlijk gezegd heb ik dat niet zo vaak gehad. Wie dat wel heeft, moet hier niet gaan werken. Elke dag kunnen hier dingen gebeuren waar je van schrikt of even niet uitkomen. Ik ben eigenlijk ook nooit bang geweest, of nou ja, één keertje. Iemand die zich slecht behandeld voelde door ons, begon mij te volgen. Toen werd ik vanuit mijn huis in Schiedam begeleid naar de kerk. Ik was mijn leven anders niet zeker. Goed, dat was dan maar zo.

Soms is het gewoon hard hier, ik zal de laatste zijn om dat te ontkennen. Ik heb me altijd enorm vastgehouden aan de momenten dat ik iemand zag opbloeien; dat is voor mij de opstanding in de praktijk. Die momenten delen we hier met elkaar. Als iemand een verblijfsvergunning krijgt, is dat een feest. Koesteren, koesteren, koesteren, dat is wat we hier doen. Prediker zegt het ook: geniet alsjeblieft als er iets te genieten valt. Dat.’

Iedereen is hier dus welkom, maar komt iedereen ook?

‘Wij kunnen natuurlijk niet de last van de hele wereld op ons nemen, maar over het algemeen zeg ik: de kwetsbaarste mensen komen hier. Wij kijken als Pauluskerk welke groep onze hulp het hardste nodig heeft. Wij bewegen dus mee met wat er in de stad aan de hand is. Daarom hebben we lange tijd verslaafden opgevangen, maar nu de gemeente dit probleem voor het grootste gedeelte heeft opgelost, richten we ons op andere groepen. Vandaar de aandacht voor vluchtelingen.

Nu zien we een nieuwe groep: arbeidsmigranten uit Oost-Europa. Er zijn er in deze regio tienduizenden. Deze mensen hebben een erg zwakke positie op de arbeidsmarkt. Vaak zijn ze in dienst van malafide uitzendbureaus, waarbij het werk gekoppeld is aan de woning. Door de coronacrisis verliezen veel van deze mensen hun baan en komen ze op straat te staan. De gemeente wil hen wel helpen, maar dan moeten ze beloven dat ze terug zullen gaan naar het land van herkomst. Maar zover zijn deze mensen vaak nog niet. Wij hebben daarom een noodhulppunt ingericht, waar we met hen kijken wat mogelijk is. We willen deze mensen dus niet per se hier houden. Het gaat erom dat ze weer een leven kunnen opbouwen, of dat nu hier is of in Oost-Europa. Wanneer het nodig is, geven we deze mensen een time-out, want soms hebben ze een poosje op straat geleefd.

Foto door Joost Hoving
Foto door Joost Hoving

De straat, hè? Weet je wat dat betekent? Dan sta je in de overlevingsstand en ben je alleen bezig met: hoe houd ik mezelf warm en waar kan iets eten? Wanneer ze hier dan komen, moeten ze eerst eens goed douchen en een paar nachten slapen. Pas dan kunnen ze tot bezinning komen en zien ze misschien in dat het beter is om terug te keren. Terwijl de overheid wil dat ze dit op voorhand zeggen.’

 

Dit gaat om mensen die hun werk verliezen. Doen jullie ook wat voor arbeidsmigranten die nog wel werk hebben, onder slechte omstandigheden? 

‘Zeker, ook dat is de Pauluskerk. Barmhartigheid door het leveren van individuele hulp. Gerechtigheid door op te komen voor mensen in een zwakke positie en de overheid onder druk te zetten om wetten en regels te veranderen, zodat misstanden worden voorkomen. Ik vind het bijvoorbeeld een bloody shame dat we in dit land voedselbanken hebben. Dat is helemaal niet nodig; we zijn een van de rijkste landen ter wereld. Maar alle vangnetten zijn de afgelopen jaren weggehaald. Er is actie nodig. Hulp is goed, maar niet genoeg. De Pauluskerk wil daarom een zo groot mogelijke druk op de overheid uitoefenen om een samenleving van allen voor allen mogelijk te maken.

Die nadruk op gerechtigheid is er in de Pauluskerk altijd geweest en die heb ik doorgezet. Denk bijvoorbeeld aan de bed-bad-en-brood-regeling voor asielzoekers in 2012. Die term hebben we hier bedacht.’

In een strategienota uit 2015 schrijft u dat de Pauluskerk uiteindelijk overbodig zou moeten worden. Wie moet het dan doen?

‘De samenleving. Ik denk dat het essentieel is dat christenen leven met een toekomstbeeld voor ogen. God wil een samenleving van allen voor allen. Dat toekomstbeeld kan realiteit worden, vertellen de heilige teksten mij. Wanneer dat het geval is, zijn er geen kerken meer nodig. Dat lees ik bijvoorbeeld in Openbaring: wanneer God alles en in allen is, hebben we geen tempel meer nodig. Dominees, kerken, priesters, Pauluskerken, al die middelaars kunnen dan verdwijnen.’

Maar is de kerk dan alleen een middel om een rechtvaardige samenleving te creëren? Het is toch ook een geloofsgemeenschap?

‘Wanneer de hele samenleving een gemeenschap vormt en mensen zorg dragen voor elkaar, heb je geen kerken meer nodig. Zo simpel is het. Natuurlijk, ik ben realist genoeg om te beseffen dat dit voorlopig nog ver weg is. Daarom blijft de kerk als hulpmiddel van belang. Een heel belangrijk hulpmiddel, want hier zie je hoe onvoorwaardelijkheid in de praktijk werkt. De Pauluskerk is een oefenplaats. Als het hier kan, hoe moeizaam en klein ook, kan het ook in het groot. Dat is het koninkrijk van God, het nieuwe Jeruzalem, of hoe je het dan ook noemt.’

Maar is dat niet iets voor na dit leven, omdat het in dit leven simpelweg niet lukt?

‘Waarom? Als ik de Bijbel goed begrijp, gaat het helemaal niet om het leven na dit leven. Als Jezus het over het koninkrijk van God heeft, gaat het juist om dít leven. Maar – en dit is een geloofsuitspraak – als ik ervaar dat mijn leven aan deze kant van de streep in Gods hand is, omdat je af en toe de hand van God onder je bestaan voelt, dan geloof ik dat het aan de andere kant van de streep ook zo zal zijn. Maar ga daar niet over speculeren. Je hebt je handen vol aan dit leven. Om het calvinistisch te zeggen: draag elke minuut bij aan een samenleving van allen voor allen. Dat is jouw opdracht. Het christendom roept ons op het koninkrijk van God als norm te stellen voor ons leven op aarde.

Het gaat er dus helemaal niet om dat je zo veel mogelijk mensen tot het christendom bekeert. Bekeren is een verboden woord in de Pauluskerk. Natuurlijk doen we hier een appel op mensen, in de diensten, het kerkcafé, noem maar op. Hier zeggen we: kijk eens naar de bijbelse traditie, dat helpt je op je levenspad. Tegelijkertijd komen hier meer moslims dan christenen. Tegen een moslim zeg ik daarom: als jij nu probeert een goed moslim te zijn, probeer ik een goed christen te zijn. Let dan maar eens op hoe mooi de wereld wordt.’

Als u het zo zegt, houdt u vast niet van het woord ‘missionair’.

‘Als je met missionair bedoelt: mensen zover krijgen dat ze zichzelf voorzien van het label christelijk en zich aansluiten bij een bepaalde groep, nee, dan moet ik er inderdaad niets van hebben. Tegelijkertijd geloof ik dat er van de Pauluskerk een enorm missionair effect uitgaat, want mensen die hier aan de slag gaan, zijn geraakt door de nood in de wereld. Soms willen ze helemaal niets van God weten, maar zeggen ze wel: wat hier gebeurt, daar geloof ik in.’

Als het gaat over kwetsbare mensen, gaat het toch vooral om materiële nood? Terwijl er ook veel geestelijke nood is.

‘Natuurlijk, daarom doen we er hier alles aan om mensen hun waardigheid terug te geven. Dat is zelfs het doel. Het gaat in de Pauluskerk erom dat mensen weer op eigen benen kunnen staan; hier willen we mensen weer tot mens maken, hun het licht in de ogen teruggeven.’

Hoe kijkt u dan naar pioniersprojecten op de Zuidas? Want daar speelt materiële nood juist geen rol.

‘Prima dat zoiets wordt gedaan. De rijken horen er in een samenleving van allen voor allen ook bij. Jezus laat Zacheüs niet vallen. Maar Hij zegt wel: Ik verwacht dat jij je vanaf nu anders gaat gedragen. Wanneer mensen op de Zuidas in aanraking komen met het christendom, kan dat voor hen aanleiding zijn hun leven een nieuwe, buitengewoon zinvolle invulling te geven. Je moet wat wij in de Pauluskerk doen en wat er op de Zuidas wordt gedaan, niet tegen elkaar uitspelen.’

U hebt de afgelopen jaren behoorlijk wat invloed gehad. Dan ligt hoogmoed misschien op de loer.

‘Natuurlijk hebben we invloed, maar ik had gehoopt dat het meer zou zijn. Want de samenleving die we nu hebben, is echt helemaal niks. Maar het boegbeeld zijn van een kerk als deze, ja, dat doet wel wat. Je moet oppassen dat je niet te hoog te paard gaat zitten en jezelf steeds te binnen brengen waarom je de dingen doet. Vijftien jaar geleden zag ik mezelf als een onverwoestbaar mens, die dacht: ik red het wel. Maar dat is zeker na een hartinfarct in 2014 wel anders geworden. Het scheelde weinig of ik was er niet meer. Dan zie je hoe kwetsbaar je bent. Vanaf toen heb ik me bij alles afgevraagd: hoeveel Dick Couvée zit hier eigenlijk bij?’ Een verlegen glimlach volgt. ‘Dat heeft een heilzame werking, kan ik je wel zeggen.’

Wie helpt u hierbij?

‘Nou ja, kijk … mijn eigen traditie denk ik. Tegenwoordig moet je trots zijn op wat je doet, terwijl ik altijd heb geleerd dat juist niet te zijn. Daarnaast houden de mensen die hier werken me bij de les. Net als mijn vrouw en kinderen, niet te vergeten. De diensten in de kerk ook. Het is fantastisch om één keer in de week een moment te hebben om even uit die idiote ratrace van de moderne samenleving te stappen. Een moment van bezinning, dat helpt om eenvoudig te blijven.’

U gaf hier leiding aan 350 mensen. Ging dat altijd goed?

‘Natuurlijk hebben we weleens verschil van inzicht. Vorig jaar nog, toen ik besloot de kerk open te stellen voor daklozen, omdat we het niet eens waren met de winterregeling van de gemeente. Toen kwamen er mensen naar me toe die zeiden: ‘Is dat nu wel zo slim? Straks wil de gemeente dat we sluiten.’ Maar de gemeente kan de kerk helemaal niet sluiten. Ik denk wel dat we de afgelopen jaren steeds meer een cultuur hebben gecreëerd waarin we de dingen tegen elkaar durven te zeggen.’

Wat gaat u doen? Blijft u betrokken? Of wilt u uw opvolger niet in de weg zitten?

‘Dat laatste sowieso niet. Stoppen is stoppen. Maar ik vind het echt moeilijk om het over te dragen, want de Pauluskerk is het mooiste cadeau van mijn leven. Deze plek is zo bijzonder. Natuurlijk, ik heb ook mijn vrouw en kinderen. Eigenlijk heb ik zo veel gekregen. Nee, ik ga met pensioen. Het is goed zo.’ ◀

van projectleider tot predikant

Dick Couvée (Roodeschool, 1954) groeide op in een gereformeerd predikantsgezin. Na zijn rechtenstudie ging hij werken bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat, waar hij opklom tot projectleider. In 1998 rondde hij een studie theologie af en werd hij predikant in Barendrecht. In 2003 vertrok hij naar Luxemburg om predikant te worden van de Nederlandse Protestantse Gemeenschap. In 2008 werd hij predikant-directeur van de Pauluskerk in Rotterdam. Deze week nam hij na 12,5 jaar afscheid en ging hij met emeritaat. Hij kreeg bij zijn afscheid de 10e Lof der Zotheid Speld van het Erasmus Comité vanwege zijn ‘uitzonderlijke dienst aan de samenleving’. Couvée is getrouwd, heeft vier kinderen en twee kleinkinderen.

Dit verhaal is overgenomen uit het Nederlands Dagblad, de kwaliteitskrant van christelijk Nederland. Meer lezen? Ga naar www.nd.nl/abonnementen http://www.nd.nl/abonnementen