Gemeentelijk beleid statushouders

MorVeranderopgave Inburgering (‘VOI’)Onze Rijksoverheid heeft zich ten doel gesteld de inburgering van asielzoekers sneller en efficiënter te laten verlopen. Zij wil naar ‘succesvolle inburgering waarbij maatwerk en snelheid centraal staan’. Per 1 januari 2021 moet de nieuwe Wet Inburgering in werking treden.Dat is wel nodig ook. De verantwoordelijk minister, minister W. Koolmees, schrijft op 2 juli 2018 aan de Tweede Kamer: “Te veel nieuwkomers blijven te lang aangewezen op een bijstandsuitkering. Dit is een onacceptabele uitkomst van het huidige inburgeringsstelsel. De aanpassingen van het stelsel, die in 2013 zijn doorgevoerd, waren bedoeld om het stelsel beter te laten presteren. Die belofte is niet waargemaakt. Er zijn te veel belemmeringen in het huidige stelsel om inburgering als start van participatie in de Nederlandse samenleving optimaal te benutten: het stelsel is te ingewikkeld en niet effectief. Het staat bovendien teveel op zichzelf, waardoor samenhang tussen inburgering en meedoen - in de samenleving en op de arbeidsmarkt - mist.”Daarom moet het roer om en belooft de minister in genoemde brief het gesprek te voeren met een breed scala aan stakeholders, al dan niet aan de overheid gerelateerde organisaties, om te komen tot een stelsel dat ‘robuust en adaptief is, en vooral: een stelsel dat werkt’.De aanpassingen van het stelsel, die in 2013 zijn doorgevoerd, waren bedoeld om het stelsel beter te laten presteren.Op 25 juni 2019 schrijft de minister de Tweede Kamer, verwijzend naar tussentijdse rapportages en overleg, dat de hoofdlijnen van het nieuwe inburgeringsstelsel gereed zijn en dat er een start is gemaakt met de nadere uitwerking hiervan. Met deze brief presenteert hij zijn conceptwetsvoorstel. Interessant is dat het concept ook ter consultatie aan de Nederlandse bevolking wordt voorgelegd. Iedereen wordt uitgenodigd, tot 7 augustus 2019, (digitaal) te reageren op dit concept. Per 1 januari 2021 moet de nieuwe Wet Inburgering van kracht zijn. Het nieuwe inburgeringsstelsel wordt van toepassing op personen die op of na de dag van inwerkingtreding inburgeringsplichtig worden. Het wetsvoorstel heeft derhalve geen gevolgen voor personen die op dit moment al inburgeringsplichtig zijn.In het kader van dit artikel, voert het te ver om uitgebreid in te gaan op alle verandervoorstellen. Degene daarin is geïnteresseerd, vindt alle informatie op www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2019/06/25/maatwerk-en-snelheid-centraal-in-nieuw-inburgeringsstelselHoewel nadrukkelijk wordt gesteld dat de wet geen nieuwe decentralisatie beoogd, is de essentie er van wel dat niet meer de asielzoeker zelf maar de gemeentelijke overheid verantwoordelijk wordt voor de inburgering. Door de regie bij de gemeenten te leggen, verwacht de minister op basis van een integrale aanpak voor alle levensterreinen een betere coördinatie en effectiviteit. Een van de uitgangspunten van het nieuwe beleid wordt begeleiding/intake vanaf de AZC-fase waarbij met de asielzoeker een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (‘PIP’) wordt opgesteld. Het PIP moet voorzien in heldere afspraken wat gemeente en asielzoeker van elkaar (mogen) verwachten en welke consequenties er zijn op niet-nakoming van die afspraken.In het algemeen ademt de wet de sfeer van het toegezegde ‘maatwerk’ (een vraaggerichte in plaats van een aanbod gestuurde aanpak, met aandacht voor de mogelijkheden èn onmogelijkheden van de individuele asielzoeker). Voor het PPVR is het daarom onbegrijpelijk dat (althans in dit conceptwetsvoorstel) er nauwelijks tot geen aandacht is voor de – naar onze mening absoluut onmisbare – betrokkenheid van vrijwilligers, als de ‘oliemannetjes’ in het hele inburgeringsproces (en lang daarna).Zoals bekend maakt het Platform Participatie Vluchtelingen Ridderkerk (PPVR), waarin ook een aantal statushouders actief meedoet, er werk van om niet òver maar mèt de asielzoekers/statushouders te spreken. Wij doen dat o.a. door het organiseren van statushouderbijeenkomsten, zoals op 6 juni jl. Maar ook beschikken we, dankzij input van de maatjes en buddy’s van de WG Vluchtelingen en ’t Gilde, over een schat aan actuele praktijkinformatie: informatie die wel wordt gedeeld met een maatje/buddy waarmee een vertrouwensband is opgebouwd maar niet met een al dan niet aan de overheid gerelateerde organisatie. Graag wil het PPVR deze kennis (uiteraard geanonimiseerd) beschikbaar stellen in het voortraject naar beleidsvorming door de gemeente Ridderkerk. Met de verantwoordelijk wethouder, de heer M. Japenga, is afgesproken dat we knelpunten en goede praktijkervaringen zullen communiceren en in regelmatig overleg met beleidsambtenaren actief meedenken ten aanzien van het voorgenomen beleid. Beoogd wordt een tweeledig doel: bestaande knelpunten nu al aanpakken en het Ridderkerks bestuur de middelen in handen geven om per 1 januari 2021 metterdaad een succesvolle inburgering op maat voor onze nieuwkomers mogelijk te maken.Dat de betrokkenheid van maatjes en buddy’s bij de inburgering – nu en in de toekomst - een van de speerpunten van het PPVR zal zijn, behoeft geen betoog.e